De zesde Baja Morocco is donderdag in Merzouga begonnen met een pittige openingsetappe. De deelnemers kregen 270 kilometer tegen de klok voorgeschoteld, met 35 kilometer aan duinen en een route die zowel door de duinen van Ouzina als door de Erg Chebbi voerde. De start lag direct achter het hotel, waardoor navigeren vanaf de eerste kilometers noodzakelijk was. De regen van de afgelopen dagen speelde een rol: sporen waren uitgewist, wadi’s konden vol water staan en de organisatie waarschuwde in de briefing nadrukkelijk voor veranderd terrein.
Uiteindelijk verschenen 65 voertuigen aan de start: zeventien motoren, tien auto’s en 38 SSV’s. Dat zijn er drie minder dan op de voorlopige deelnemerslijst stonden. Bij de motoren kwam de Deen Thomas Kongshoj (Challenger Racing Team) er nog bij. Bij de auto’s ontbrak de Century CR7 van het fabrieksteam, waarbij Jayden Els van de auto’s naar de SSV’s verhuisde om naast Brian Baragwanath plaats te nemen in de Odysée CR-X van BBR en Century Racing. In de SSV-klasse ontbraken onder meer de Taurus van Léonardo Ribeiro en de equipe van AKPOL Recykling Rally.
Sainct meteen in de aanval
Noa Sainct maakte direct duidelijk dat hij dit jaar niet voor de derde plaats komt. De Fransman van Nomade Racing zette op zijn KTM een tijd van 5.32.02 neer en was daarmee als enige rijder zonder bonificatie of straftijd bijna negentien minuten sneller dan teamgenoot Franck Verhoestraete. De Belg hield de schade beperkt, maar zag het gat al op de openingsdag oplopen.
Daarachter werd het verschil groot. Louis Trelluyer van Casteu Trophy werd derde op 1.12.58, waarbij bij hem en bij een groot deel van het veld een straftijd van vijftien minuten is verwerkt. Kongshoj volgde op iets minder dan een minuut van Trelluyer, voor Christopher Jautard, Boris Bretez en Richard Hodola. Sara Jugla, de enige vrouw in het motorveld, schoof door een bonificatie van ruim een halfuur op naar de achtste plaats. De Belgen Benjamin Defrère en Eric Penners werden elfde en twaalfde.
Van de zeventien gestarte motorrijders staan er veertien in de voorlopige uitslag. Olivier Balloy, Stéphane Legrenzi en Simon Kervarrec kregen geen tijd toegekend.
Andújar wint, Baragwanath rijdt de snelste tijd
Bij de auto’s en SSV’s stelt de organisatie één gezamenlijk klassement op, waarin bonificaties en straftijden zijn verwerkt. Die correcties zetten de verhoudingen van de aankomsttijden flink op hun kop en zijn dan ook bepalend voor de einduitslag van de dag.
Baragwanath en navigator Els waren met 5.14.37 op de klok de snelsten van het hele veld, sneller dan alle auto’s. Na een straftijd van 16.24 kwam de Zuid-Afrikaanse equipe in de voorlopige uitslag uit op 5.31.01 en daarmee op de derde plaats. De etappewinst ging naar Manuel Andújar en Cesar Andres Frini, Dakar-winnaar bij de quads en nu actief in een Taurus Evo Max van 7240 Rally Team. Zij kregen ruim 35 minuten bonificatie en vijftien minuten straf, goed voor een eindtijd van 5.16.57. De Portugezen Alexandre Pinto en Bernardo Oliveira werden in de tweede Odysée CR-X tweede op 7.33, voor Baragwanath en Adrien Choblet met Paul Durame van Casteu Trophy.
Dat het om forse correcties gaat, blijkt bij Axel Knauf en Jonathan Lurquin. De Belgen noteerden met 5.29.20 de tweede tijd van de dag op de klok, maar kwamen door een straftijd van bijna zeven uur uit op 12.16.00 en daarmee op de 21e plaats. De uitslagen vermelden geen toelichting op de toegekende bonificaties en straffen.
Baragwanath gebruikte de dag ook om de nieuwe Odysée CR-X te testen. Hij omschreef de auto als “a mini T1+”, even snel in het ruwe terrein als in de duinen, en prees BBR en Century Racing voor het nieuwe model.
Voor Harite Gabari eindigde de dag voortijdig. De Marokkaan en zijn Franse navigator Vincent Ferri hadden zich in de loop van de etappe naar voren gewerkt, maar op ongeveer veertig kilometer van de finish braken beide bovenste draagarmen van zijn Can-Am. Gabari noemde het simpelweg “la dure loi du rallye-raid”, de harde wet van de rally-raid.
Serradori beste auto na correcties
Bij de auto’s leek Simon Vitse aanvankelijk revanche te nemen op Mathieu Serradori. Met Delphine Delfino naast zich in de MD Optimus Evo5 finishte hij in 6.13.34, 33 seconden sneller dan Serradori en Loïc Minaudier in de Century CR7. In de voorlopige uitslag draaide dat beeld om: Serradori kreeg ruim een halfuur bonificatie en kwam uit op 5.43.10, terwijl bij Vitse naast de bonificatie ook dertig minuten straf werd opgeteld, goed voor 6.04.41. Serradori is daarmee vijfde in het gezamenlijke klassement, Vitse achtste.
Daniel Beecroft en Phillip Gillespie volgen in de Redlined Revo T1+ op de elfde plaats in 6.08.16. Jérôme Cambier en Antoine Lecourbe staan zestiende met 6.30.26, David Gerard en Pascal Delacour sluiten de uitslag af met 13.37.02. In totaal kregen 22 van de 48 gestarte auto’s en SSV’s een tijd toegekend. Bij de auto’s ontbreken de beide Land Cruisers van Team Land Cruiser Toyota Auto Body en de tweede Redlined van Dave Beecroft en Fraser Parish, waarmee slechts vijf van de tien auto’s in de uitslag staan.
Pech voor Van den Brink
Voor Rik van den Brink en Gydo Heimans liep de openingsdag mis voordat de proef goed en wel begonnen was. Het duo kampte al met een vermogensprobleem in de Century CR7 van SRT. “Gisteren en vanochtend hadden we problemen met het motorvermogen”, laat Heimans weten. Het euvel leek verholpen, maar na enkele kilometers in de etappe bleek dat niet zo te zijn en keerden de Nederlanders terug naar het bivak. Volgens Heimans is het probleem inmiddels opgelost en getest en staat het duo vrijdag weer aan de start.
Ook de twee andere Nederlandse equipes kwamen niet aan racen toe. Kees Koolen en Wouter Rosegaar stonden met hun Ford Raptor van RD Limited als laatste auto op de startlijst, maar reden de klassementsproef niet. Hetzelfde geldt voor Puck Klaassen en haar Argentijnse navigator Augusto Sanz, die met de G-Ecko van G Rally Team als een na laatste SSV op de lijst stonden. Beide voertuigen stonden aan het eind van de dag gewoon in het bivak in Merzouga. Klaassen won vorig jaar nog de openingsetappe van de Baja Morocco en eindigde als tweede in het SSV-klassement.
Vrijdag: La Momie
De tweede etappe draagt de naam La Momie en bestaat uit 298 kilometer proef, met 6,5 kilometer verbinding naar de start en 12,5 kilometer terug naar het bivak. De organisatie omschrijft de dag als over de gehele linie lastig, met vanaf de start een slechte en slecht zichtbare piste en tegen het einde van de proef meerdere kruisingen met het eigen spoor van die ochtend.
Diverse secties zijn geneutraliseerd, deels over asfalt en deels over ruw terrein, en op een aantal pistes moet rekening worden gehouden met verkeer. Net als donderdag waarschuwt de organisatie voor water en modder na de recente regenval. Op kilometer 95 en kilometer 200, op hetzelfde punt, volgen tankstops met neutralisatie van respectievelijk twintig en 45 minuten, waarbij assistentie in een afgebakende zone is toegestaan.
(Alle genoemde tijden en klasseringen zijn aangepast aan de hand van de definitieve stage uitslagen inclusief tijdstraffen.)

