Home » Van kippenboer naar Dakar: het verhaal van Wevers Sport

Van kippenboer naar Dakar: het verhaal van Wevers Sport

Erik Wevers was kippenboer van beroep toen hij in 1998 begon met Nederlandse rallysport. Hij richtte Wevers Sport op, dat vanuit Markelo uitgroeide tot een vaste waarde op de rallypaden, nationaal en internationaal. Dat is het bedrijf nog steeds: rallyauto’s worden er gebouwd, voorbereid en onderhouden, van nationale rally’s tot internationale kampioenschappen. Maar naast die rallywereld groeide een tweede hoofdstuk uit tot iets groots: de Dakar Rally. Het begon in 2010 met een uitnodiging in Spanje en liep via een Nederlands Dakar-team en een fabrieksavontuur met Borgward naar de Taurus. In 2026 stonden er 17 aan de start. Sinds 2024 wint telkens een Taurus de Challenger-klasse. Dit is dat verhaal.

Een uitnodiging die alles in gang zette

In 2010 stond Erik Wevers aan de start van de Baja Aragón in Spanje, in de Mitsubishi Racing Lancer van Erik van Loon. Van Loon kon op het laatste moment niet rijden en Bernhard ten Brinke zou er ook van de partij zijn. Dus vroeg Van Loon aan Wevers of die niet met zijn auto wilde starten. Het was de eerste kennismaking met cross-country rally en die smaakte naar meer.

Erik Wevers tijdens de Baja Aragon in 2010

Wat daarna volgde was geen toeval meer. Wevers Sport nam de resterende Racing Lancers en alle modellen over van Nicolas Misslin en bouwde de auto’s voortaan zelf. De bedrijfsmatige keuze was daarmee eigenlijk al gemaakt. Ten Brinke en Gert Huzink wilden naar de Dakar. Voor die droom was Wevers Sport de logische partner. Het bedrijf deed voor hen wat het al jaren deed voor klanten in gewone rally’s: de auto’s prepareren, onderhouden en service verlenen op de plek waar gereden wordt. Alleen lag die plek nu tussen de duinen en bergpassen van Zuid-Amerika.

Winst voor Bernhard ten Brinke in de Rallye du Maroc in 2011

Het succes liet niet lang op zich wachten. In 2011 won Ten Brinke in de Racing Lancer de Rallye du Maroc, het eerste jaar in de cross-countrywereld. Zo ontstond het Riwald Dakar Team: Wevers, Huzink en Ten Brinke vonden elkaar in de droom om met een eigen team de strijd aan te gaan met de fabrieksteams. In 2012 debuteerde het team in de Dakar en meteen met een uitroepteken: Ten Brinke eindigde zijn eerste Dakar in de top 10. Naast het eigen team met drie auto’s en een truck in dezelfde kleuren werkte Wevers Sport ook voor klanten als Van Loon, precies zoals in de reguliere rallysport, waar meerdere klanten tegelijk bediend worden.

HRX Ford: Henry Racing X-country

Na die eerste Dakar ging de werkplaats in Markelo aan de slag. Door gewijzigde regels rond differentiëlen en motoren was een nieuw driveline-concept nodig. Het resultaat was de HRX Ford, waarbij HRX staat voor Henry Racing X-country, een knipoog naar Henry Ford. Onder de huid zat een Ford V8 met een X-trac aandrijflijn en Motec-elektronica, in het beproefde Mitsubishi-chassis. De ombouw gebeurde in zo’n haast dat twee van de drie auto’s op het laatste moment naar startplaats Lima werden gevlogen.

Erik Wevers en Fabian Lurquin in de HRX Ford tijdens Dakar 2014 – MCH Photography

Dat de auto snel was, bleek al in 2013. Op een hoge etappe boven de 3400 meter reed Wevers naar de zevende tijd, midden tussen de fabrieksteams. In het klassement stond hij als beste Nederlander op de twaalfde plek. Ook in 2014 volgden etappes in de top 10 en top 12. In de HRX reden Wevers, Huzink en Ten Brinke voor Riwald, terwijl Rene Kuipers en Erik van Loon eigen HRX’en hadden. Internationale namen als Nasser Al-Attiyah en Nicolás Fuchs wisten Wevers Sport ook te vinden; beiden kenden het bedrijf uit hun rallyverleden.

Grote eindresultaten bleven uit. De auto had zeker potentie, met een prima basis en de juiste onderdelen. Maar de concurrentie van fabrieksteams was moordend en de rijders deden hun Dakar-ervaring pas op.

Onder de vlag van Borgward

In 2017 trok Wevers Sport opnieuw internationale aandacht. De Peruaan Nicolás Fuchs, voormalig WRC2-topper, maakte met een Wevers Sport-auto zijn Dakar-debuut en finishte als twaalfde. Dat resultaat en de ervaring van het team zette het Duitse merk Borgward aan het denken. Fuchs had contact met Borgward Peru, waardoor de zaak in beweging kwam. Erik reisde met Marcelo Carballar naar China om de plannen te presenteren. Borgward zag er wat in.

Nani Roma in de Borchward BX7 DKR EVO tijdens Dakar 2020 – Robin Verheggen

Wevers Sport kreeg de opdracht om een nieuwe rallyauto te ontwikkelen voor de Dakar van 2018. Onder de huid veranderde weinig ten opzichte van de HRX Ford; de echte verandering zat in de bodywork. Daarvoor schakelde Wevers Sport Van Thull Development in, dat de hele carrosserie in een paar maanden opnieuw ontwierp en alle matrijzen en onderdelen maakte in carbon en carbon-kevlar. In 2018 en 2019 reed de Borgward BX7 DKR de Dakar, in 2020 gevolgd door de BX7 DKR EVO.

Fuchs liet in 2018 meteen zien wat de auto kon, met een top 3-notering in een etappe en een plek in de top 10 rond de rustdag. Erik Wevers bracht de tweede auto veilig naar de finish. In 2019 stond Erik met Ashley Garcia als enige Borgward aan de start. In 2020 volgde de volgende stap: de nieuwe BX7 DKR EVO ging naar twee rijders van naam, tweevoudig Dakar-winnaar Nani Roma en Ricardo Porém, met Wevers Sport als team dat de auto’s in Saoedi-Arabië runde en begeleidde. Met zo’n naam in de auto werd alles grote, en lag de lat opeens hoger.

Uiteindelijk bleek niet de auto het probleem, maar de markt. De verkopen van Borgward vielen tegen en het programma werd afgeschaald. Het idee was goed, alleen sloeg de straatauto niet aan in Europa.

Een toevallig gesprek in Saoedi-Arabië

Na Borgward werd het stil rond de Dakar in Markelo. Tot in 2022 de Franse MCE-5 opdook, eerst in de Andalucía Rally en in 2023 in de Dakar. Het Red Bull Off-Road Junior Team zette de auto in met onder meer Mitch Guthrie Jr., die er meerdere etappes mee won. Voor die tijd werd de lichte Challenger-klasse (T3) gedomineerd door de Can-Am X3.

Erik Wevers was in 2023 zelf bij de Dakar en kwam daar bij toeval in gesprek met de mensen van MCE-5. Het plan was bescheiden: zes auto’s kopen en als team naar de Dakar gaan. Maar MCE-5 vroeg of Wevers Sport niet mee wilde doen in het project zelf. Midden dat jaar werd Taurus geboren en verhuisden inkoop en productie naar Markelo.

T1 of Challenger: waar zit het verschil?

De Dakar kent meerdere autoklassen. In T1 en T1+ strijden de grote prototypes van onder meer Toyota, Ford, Dacia en Mini, vaak fabrieksteams met bijbehorende budgetten. De Challenger-klasse is de lichte, betaalbare variant: buggy’s van rond de 900 kilo met een kleine turbomotor, veel goedkoper om te bouwen en te onderhouden. Juist daardoor is die klasse zo geschikt voor particuliere teams die voor hun passie rijden. Dat betekent niet dat het een tweederangsklasse is: de Challengers zijn competitief en kunnen op bepaalde etappes zelfs de strijd aangaan met de T1’s.

Taurus: van 9 naar 17 auto’s in drie jaar

Wat volgde, ging snel. In 2024 stonden negen Taurussen aan de start. Wevers Sport ondersteunde dat jaar zowel het Taurus-fabrieksteam als het Energylandia Rally Team, elk met drie equipes. Cristina Gutiérrez won de Challenger-klasse op de laatste proef, nadat teamgenoot Mitch Guthrie pech kreeg. In 2025 pakte Nicolás Cavigliasso de zege. In 2026 stonden er 17 Taurussen aan de start en won Pau Navarro namens het team. Bij die laatste editie bezette Taurus in de Challenger-klasse zelfs de eerste vier plekken. In totaal zijn er inmiddels 60 auto’s gebouwd, verdeeld over de EVO en de EVO Max.

Cristina Gutiérrez in de Taurus tijdens Dakar 2024 – DPPI / A.S.O.

De verklaring zit in prijs en service. De Taurus is een betaalbare klasse vergeleken met T1 of T1+. Ook zijn de parts supply en aftersales beter dan bij de concurrentie. Wie voor zijn hobby rijdt, wil geen zorgen. Met de ervaring uit de reguliere rallysport, waar Wevers Sport onderdelen van de VAG-groep leverde voor onder meer de Polo R5 en de Fabia’s, probeert het team die zoveel mogelijk weg te nemen. Klanten bestellen onderdelen via een webshop en kunnen bij Markelo terecht voor technische support, als een soort helpdesk. De 59 auto’s die niet in eigen beheer zijn, staan allemaal bij klanten.

Pau Navarro, Yasir Seaidan en Nicolas Cavigliasso op het podium in Dakar 2026 – DPPI

Opvallend is dat Wevers Sport in 2024 het enige jaar was dat het zelf auto’s inzette als fabrieksteam. Vanaf 2025 gaat het team alleen nog naar de Dakar met een support truck vol onderdelen en een engineer, juist om niet te concurreren met de eigen klanten. In feite is het hetzelfde principe als in 2010: de rijders rijden, Wevers Sport zorgt dat ze door kunnen.

Floor Maten: de spil achter Taurus

Wie vraagt wie die machine draaiende houdt, komt uit bij Floor Maten. Zij kent de Dakar van binnenuit: jarenlang was ze assistent teammanager bij HT Rally Raid, naast Henk Hellegers. Bij Wevers Sport runt ze nu het Taurus-project vanuit Markelo, waar alle onderdelen en alle auto’s worden gemaakt, als een kleine fabriek. Ze zorgt dat er op de piekmomenten genoeg mensen in de werkplaats staan, dat de voorraad op orde is, dat leveranciers op tijd leveren en dat kwaliteitscontroles en assemblages kloppen. In twee jaar tijd werden zo’n 50 auto’s gebouwd.

Floor Maten en Erik Wevers

In 2024 ging Floor zelf mee als navigator in de Iveco-truck van Anja van Loon, samen met monteur Marije van Ettekoven. Het trio eindigde als twaalfde van 48 truckteams. Sindsdien reist ze mee als teammanager. Voor de Morocco Desert Challenge 2026 stond ze samen met Erik Wevers aan de start in een Taurus T3 EVO Max.

De rode draad

Wat verbindt de Racing Lancer van 2010 met 17 Taurussen in 2026? Volgens Patrick Gerritsen is dat Eriks passie voor offroad, in combinatie met Floor, die minstens zo offroad-minded is. Het grootste succes in de Dakar-wereld is tweeledig: de winst in de Rallye du Maroc van 2011 met Bernhard ten Brinke en de dominantie van Taurus in de Challenger-klasse.

Dat het zo blijft, is geen vanzelfsprekendheid. De investeringen zijn gigantisch en de weg naar een economisch gezonde onderneming kan lang duren, mede doordat Wevers Sport sterk afhankelijk is van de FIA-regels. De wens is dan ook helder: meer concurrentie in de Challenger-klasse, zodat Taurus daar verder op kan bouwen. Voor een bedrijf dat ooit begon op een kippenboerderij is dat een mooie uitgangspositie.