Home » Waarom de Dakar Rally uit Afrika verdween

Waarom de Dakar Rally uit Afrika verdween

De Dakar Rally is vandaag de dag een Saoedische aangelegenheid. Sinds 2020 gaan de Dakar etappes door de duinen van de Rub al-Khali en langs de rotsformaties bij Yanbu, ver van de stad waaraan de rally zijn naam ontleent. Voor de meeste huidige deelnemers is Afrika niet meer dan een verhaal uit de geschiedenisboeken, verteld door de generatie die de Sahara nog uit eigen ervaring kende.

Toch was de Dakar Rally bijna dertig jaar lang onlosmakelijk verbonden met dat continent. Van 1979 tot en met 2007 was het een Afrikaans avontuur, met de finish aan de oevers van het Lac Rose bij de Senegalese hoofdstad. Waarom vertrok de bakermat van de rallyraid uiteindelijk uit Afrika, en keert die ooit nog terug? Een terugblik op het ontstaan, de bloei en het abrupte einde van het Afrikaanse tijdperk.

Een droom geboren in het zand

De Dakar Rally is het geesteskind van de Fransman Thierry Sabine. Tijdens de rally Abidjan-Nice verdwaalde hij in 1977 in de Ténéré, het meest onherbergzame deel van de Sahara. Waar de meesten dat als een nachtmerrie zouden ervaren, raakte Sabine gefascineerd door de leegte en de schoonheid van de woestijn. Hij keerde terug met een idee: een wedstrijd waarin amateurs en professionals zich samen aan datzelfde landschap konden meten.

Ruim een jaar later werd die droom werkelijkheid. Op 26 december 1978 vertrok een kleine tweehonderd deelnemers vanuit Parijs, om na een tocht van zo’n 10.000 kilometer door Frankrijk, Algerije, Niger, Mali, Opper-Volta (het huidige Burkina Faso) en Senegal op 14 januari 1979 in Dakar te finishen. Minder dan de helft haalde de eindstreep. De opzet was even simpel als meedogenloos: navigeren op kaart en kompas, overleven op eigen kracht, en de machine heel zien te houden tot aan de kust van de Atlantische Oceaan. Sabines motto vatte de sfeer samen: “Een uitdaging voor wie gaat, een droom voor wie thuisblijft.”

Van avontuur naar wereldevenement

Wat begon als een expeditie voor liefhebbers, groeide in korte tijd uit tot een van de grootste evenementen in de motorsport. Al vanaf 1980 verschenen fabrikanten als BMW, Yamaha en Volkswagen aan de start, en werd de vrachtwagenklasse toegevoegd. Voor het Nederlandse publiek kreeg de Dakar Rally juist door die trucks een eigen gezicht: DAF nam in de jaren tachtig deel met de spraakmakende TurboTwin, en later zou de familie De Rooy een vaste waarde worden in de zwaarste categorie van de rally.

Met de aandacht kwam ook de keerzijde. De Dakar Rally eiste vanaf het begin slachtoffers, onder deelnemers zowel als onder omstanders. Oprichter Sabine zelf kwam op 14 januari 1986 om het leven toen zijn helikopter tijdens een zandstorm in Mali neerstortte; bij het ongeluk kwamen ook zanger Daniel Balavoine en drie anderen om. Sinds 1979 vielen er zeker zeventig doden te betreuren, onder wie deelnemers, journalisten, hulpverleners en toeschouwers. De editie van 1988, met een recordaantal van 603 startende deelnemers, werd berucht: nadat verschillende Afrikaanse omstanders waren aangereden, noemde het persbureau PANA de sterfgevallen “onbeduidend voor de organisatie”. Het Vaticaan sprak in reactie van “de bloedige race van de onverantwoordelijkheid”. Ook later bleef de tol hoog: in 2005 stierven tweevoudig winnaar Fabrizio Meoni en de Spanjaard José Manuel Pérez binnen enkele dagen.

Sabines dood betekende ook een breuk in de organisatie. Tot dan toe werd de rally geleid vanuit zijn eigen bedrijf, de Thierry Sabine Organisation (TSO). Na het ongeluk zette zijn vader, tandarts Gilbert Sabine, zijn praktijk opzij om het evenement voort te zetten, en hij hield het tot en met de editie van 1993 draaiende. Daarna verkocht hij TSO aan de Amaury-groep, eigenaar van sportkrant L’Équipe en organisator van de Tour de France. Zo kwam de Dakar Rally vanaf 1994 in handen van het in 1992 opgerichte Amaury Sport Organisation (ASO). Na een reorganisatie in 2002 werd de motorsportafdeling van ASO de officiële organisator, een rol die het bedrijf tot op de dag van vandaag vervult.

Onder dat commercieel gedreven eigenaarschap professionaliseerde de Dakar verder, met wisselende start- en finishplaatsen, een uitstapje naar Kaapstad (1992) en zelfs edities die weer in Europa eindigden. De rode draad bleef echter de oversteek van de Sahara, dwars door landen die politiek en logistiek steeds ingewikkelder werden.

Het abrupte einde in Mauritanië

Dat einde kwam onverwacht snel. Op 4 januari 2008, één dag voor de geplande start in Lissabon, maakte ASO bekend dat de rally in zijn geheel werd afgelast. Het zou de dertigste editie zijn geweest, met een route van Lissabon naar Dakar waarvan acht van de vijftien etappes op Mauritaans grondgebied lagen. Nooit eerder was de complete rally geschrapt; hooguit sneuvelden in het verleden losse etappes. Ditmaal ging de hele karavaan niet van start, en voor het eerst was niet het weer, de techniek of de logistiek de doorslaggevende factor, maar de veiligheid van de deelnemers zelf.

De directe aanleiding lag in Mauritanië. Op kerstavond 2007 werden vier Franse toeristen doodgeschoten tijdens een picknick bij Aleg, ongeveer 250 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Nouakchott en dicht bij de grens met Senegal. Alleen de vader overleefde. Drie dagen later volgde een aanslag op een militaire post in het noorden van het land. Beide aanvallen werden toegeschreven aan Al Qaida in de Islamitische Maghreb (AQIM), de regionale tak van het terreurnetwerk.

Kort daarvoor, op 29 december, had AQIM in een verklaring de rally al openlijk bekritiseerd. De groepering bestempelde de Dakar Rally als “neokoloniaal” en beschuldigde de Mauritaanse autoriteiten van collaboratie met het Westen. Voor de Franse overheid was de combinatie van een concrete moordpartij en een expliciete dreiging tegen het evenement reden om ASO dringend te adviseren de Mauritaanse etappes niet te rijden. Toen bleek dat de rally zonder dat land nauwelijks uitvoerbaar was, viel het doek.

ASO verwoordde het als een principiële keuze: “De eerste verantwoordelijkheid van de organisatie is de veiligheid van iedereen te garanderen.” Amaury-topman Patrice Clerc was er duidelijk over hoe zwaar de dreiging woog: op het moment dat een regering waarschuwt en de naam Al Qaida valt, vraag je niet meer om details. Niet iedereen was overtuigd. De Mauritaanse regering betwistte dat er concrete aanwijzingen waren en betreurde het economische verlies voor de doorreislanden. Ook uit het deelnemersveld klonk kritiek: de Amerikaan Robby Gordon, die miljoenen in twee wagens had geïnvesteerd, verweet de organisatie het ontbreken van een alternatief plan. Feit blijft dat ASO onder die omstandigheden weinig speelruimte had. De afgelasting stond niet op zichzelf, maar paste in een bredere trend: de opmars van jihadistische groeperingen maakte grote delen van de Sahel in korte tijd onbegaanbaar voor westerse konvooien.

Naar Zuid-Amerika en Saoedi-Arabië

Een symbool laat zich niet zomaar vernietigen, redeneerde ASO, en dus zocht de organisatie een nieuw decor. Dat werd Zuid-Amerika. Van 2009 tot en met 2019 reed de Dakar Rally door Argentinië, Chili, Bolivia en Peru, met de naam Dakar Rally als merk dat loskwam van de gelijknamige stad. Toen de kosten opliepen en de Zuid-Amerikaanse overheden minder bereid waren de organisatie te blijven betalen, verhuisde de karavaan opnieuw. Sinds 2020 is Saoedi-Arabië het gastland, met een eerste editie van Jeddah naar Qiddiya. Die overstap kende zijn eigen controverse: de rally werd door mensenrechtenorganisaties ingelijfd bij het rijtje sportevenementen waarmee het koninkrijk zijn imago tracht op te poetsen, als onderdeel van de zogeheten Vision 2030. ASO gaf destijds toe dat er twijfel was geweest voordat het contract werd getekend.

Afrika nu: de erfenis leeft voort

Dat de Dakar Rally vertrok, betekende niet dat de rallyraid uit Afrika verdween. Nog in het rampjaar 2008 richtten drie oud-winnaars, Hubert Auriol, Jean-Louis Schlesser en René Metge, de Africa Eco Race op, met de nadrukkelijke ambitie de oorspronkelijke geest van Sabine levend te houden. De eerste editie in 2009 telde nog maar een handjevol deelnemers, maar de wedstrijd groeide gestaag. De route voert nog altijd via Marokko en Mauritanië naar Senegal, met de finish aan het legendarische Lac Rose. Inmiddels is de Africa Eco Race, met haar zeventiende editie in 2026, uitgegroeid tot het authentieke Afrikaanse alternatief, met een startveld van meer dan tweehonderd deelnemers.

Toch is ook het decor van dit alternatief niet vrij van spanningen. De route doorkruist de Westelijke Sahara, een voormalige Spaanse kolonie waarover al bijna een halve eeuw een sluimerend conflict woedt: Marokko controleert er zo’n tachtig procent van, terwijl het door Algerije gesteunde Polisario-front voor onafhankelijkheid strijdt. Een VN-staakt-het-vuren uit 1991 hield stand tot november 2020, en sindsdien is het een grotendeels bevroren conflict, dat internationaal steeds meer richting Marokko kantelt. Voor de rallyraid concentreert die spanning zich bij de grensovergang Guerguerat, waar de Africa Eco Race jaarlijks passeert. Het Polisario-front bestempelt de wedstrijd als medeplichtigheid met Marokko, uitte in brieven aan de VN en online herhaaldelijk dreigementen richting deelnemers en pers, en liet demonstranten de doorgang blokkeren. De VN greep bemiddelend in, onder meer met escortes van de missie MINURSO. Tot dusver kwam de karavaan telkens zonder noemenswaardige incidenten door.

Ook op wereldkampioenschapsniveau is Afrika niet volledig verdwenen. De Rallye du Maroc is al jaren een vaste ronde van het FIA-FIM Wereldkampioenschap Rallyraid (W2RC), en vanaf 2026 komt daar de nieuwe South African Safari Rally bij. Wat ontbreekt, is precies dat wat de klassieke Dakar Rally zo bijzonder maakte: de lange oversteek dwars door de Sahara en de Sahel. En daar wringt het. De landen die het decor vormden van de oude Dakar Rally zijn vandaag grotendeels onbereikbaar. Mali, Burkina Faso en Niger werden tussen 2020 en 2023 door staatsgrepen getroffen, verlieten in januari 2025 de West-Afrikaanse gemeenschap ECOWAS en kampen met een oprukkende opstand van groeperingen als JNIM en de Sahel-provincie van Islamitische Staat. In 2025 legde JNIM zelfs een maandenlange brandstofblokkade rond de Malinese hoofdstad Bamako op. Waar de karavaan ooit doorheen trok, is nu conflictgebied.

Wat brengt de toekomst?

Realistisch gezien keert de klassieke, trans-Saharaanse Dakar voorlopig niet terug. De belangrijkste reden is de harde geopolitieke werkelijkheid: rallydirecteur David Castera was begin 2026 openhartig dat Noord-Afrika met de huidige situatie eenvoudigweg niet meer binnen te komen is. Daarnaast speelt de economische kant mee. Een evenement van deze omvang is aangewezen op een gastland dat de kosten van logistiek, veiligheid en organisatie draagt, iets wat de instabiele Sahel-landen niet kunnen bieden. Dezelfde overweging speelde eerder al bij het vertrek uit Zuid-Amerika, waar de overheden juist minder wilden betalen.

Het contract met Saoedi-Arabië werd in 2024 met vijf jaar verlengd en loopt tot 2029; een plan B daarbuiten ligt er volgens Castera voorlopig niet. Toch geeft de organisatie zelf aan dat de mogelijke routes in het land beginnen op te raken, en dus wordt achter de schermen naar nieuwe bestemmingen gezocht. Volgens berichtgeving, onder meer van het Argentijnse Infobae, kijkt de organisatie daarbij vooral richting Azië, met China als kandidaat voor de periode vanaf 2030. Castera zelf tempert die verwachting: zowel de geruchten over China als die over een terugkeer naar Zuid-Amerika noemt hij eerder een wens van journalisten dan een concreet plan, en hij wijst daarnaast op de strenge Aziatische winter in januari als praktisch bezwaar. Een terugkeer naar Afrika is met de huidige veiligheidssituatie sowieso niet aan de orde.

Binnen het deelnemersveld leven wisselende gevoelens. Sommige topcoureurs, onder wie meervoudig winnaar Carlos Sainz, zijn tevreden zolang de etappes uitdagend blijven. Anderen, zoals Sébastien Loeb, pleiten juist voor meer variatie in ondergrond en landen. Wat de meesten delen, is een zeker heimwee naar het Afrika van weleer, gecombineerd met het besef dat die tijd niet zomaar terugkomt.

De Dakar Rally zoals Sabine hem bedoelde, leeft dus verder op twee sporen. De naam en het merk trekken door de Arabische woestijn, waar het grote geld, de fabrieksteams en de wereldtitels liggen. De oorspronkelijke geest, met bivakken in het open zand en de finish bij het roze meer, houdt stand bij de Africa Eco Race en op de resterende Afrikaanse WK-rondes. Of die twee ooit weer samenkomen, hangt minder af van de wil van de organisatie dan van de vraag of de Sahel ooit weer veilig genoeg wordt om er een karavaan doorheen te sturen. Voorlopig blijft dat, in de woorden van Sabine, vooral een droom voor wie thuisblijft.